Altijd de mindere van grote broer

Onze zoon van bijna 4 jaar vindt het moeilijk dat hij altijd drie jaar jonger zal zijn dan zijn broer. De laatste tijd zit hij regelmatig andere kinderen dwars als hij denkt dat niemand kijkt. Hij schopt laarsjes omver, gooit jasjes van de kapstok, duwt een kindje om op de crèche enz. Het lijkt zo achterbaks. Wat kunnen we doen om dit te veranderen? We hebben al veel geprobeerd en toch krijgen we het er niet uit.

Sommige kinderen zijn van nature heel sociaal. Andere kinderen daarentegen zijn van nature snel geprikkeld, snel ontevreden en snel gefrustreerd. Dit zijn kinderen die sneller botsen met anderen en die we als 'moeilijker' zien. Deze verschillen kunnen er al van jongs af aan in zitten.

We zouden het gedrag van deze jongen - ik noem hem Pieter - een vorm van agressie kunnen noemen. Als een belangrijke behoefte wordt belemmerd in haar bevrediging, levert dat frustratie op . Deze frustratie vormt een belangrijke voedingsbodem voor agressie. Kinderen die gefrustreerd zijn en een gebrekkig controle hebben, uiten dit vaak in antisociaal gedrag.

De ouders schrijven dat Pieter het moeilijk vindt om drie jaar jongere te zijn en dat altijd te blijven. Dit is een frustratie, want hij kan iets nooit bereiken wat hij wel wil. Overigens heb ik wel een bedenking met deze verklaring. Waar haalt Pieter dit idee vandaan dat hij altijd de mindere zal zijn? Het is namelijk slecht voor te stellen dat hij dit zelf heeft bedacht. Want een kind van 3 jaar is daar nog erg jong voor. Zo'n jong kind denkt meestal nog helemaal vanuit zijn eigen perspectief: wat vind ík prettig, wat wil ík graag. Egocentrisch denken noemen we dat. Hij is gericht op het vervullen van zijn eigen behoeften en doet dingen die hij fijn vindt om te doen. Een kind van 3 of 4 jaar is meestal nog niet in staat om over zijn eigen situatie na te denken. Hij gaat niet uit zichzelf bedenken dat hij in een nadelige positie is omdat hij de jongste is. Van wie heeft hij deze gedachte? Van zijn ouders? Van zijn oudere broer?

Iets anders is dat Pieter zelf wel degelijk het vervelende gevoel kan hebben dat hij een heleboel niet mag of kan omdat zijn ouders hem daarvoor nog te klein vinden. Overigens is het normaal voor een kind om te functioneren in een omgeving waarbij op zijn minst de ouders alles veel beter kunnen. Toch gaan kleine kinderen vol enthousiasme kleurplaten maken en tonen die vol trots. Ouders die een kind prijzen voor wat goed is op zijn niveau, bevestigen hun kind op een goede manier.

Kennelijk voelt Pieter niet goed gewaardeerd of wordt hij te vaak gefrustreerd. Hij doet vervelende dingen bij andere kinderen. Hij doet dat stiekem als andere volwassenen dit niet zien. Dit storende gedrag kan met frustratie te maken hebben. Het kan zijn dat Pieter niet voldoende positieve bevestiging krijgt. Misschien is hij er erg gevoelig voor dat zijn grote broer wel dingen mag waarvoor hij te jong geacht wordt, bijvoorbeeld langer opblijven. Benoem dat als heel normaal. "Ik snap best dat jij ook wel langer op wil blijven. Maar weet je, toen Theo zo oud was als jij moest hij ook om 7 uur naar bed. Dat komt omdat jonge kinderen meer slaap nodig hebben. Kom, we gaan nu lekker voorlezen, net als bij Theo vroeger." Op deze manier stellen ouders de toekomst niet aanlokkelijk voor, maar wordt het 'nu' plezieriger.

Misschien hoort Pieter te vaak dat hij iets niet kan omdat hij nog te klein is. Misschien krijgt hij te weinig ruimte om zijn eigen gang te gaan. Hij mag bijvoorbeeld niet net als Theo verven omdat het dan zo'n kliederbende wordt. Van een kind van drie kun je inderdaad niet verwachten dat hij netjes werkt. Toch moet hij ervaringen opdoen op zijn eigen niveau en niet te vaak 'nee' horen.

Het kan ook zijn dat hij aandacht zoekt. Bedenk dat dit gedrag dat als achterbaks omschreven wordt, niet belonend moet zijn. Het kan een kick geven als het Pieter weer gelukt is om te doen wat niet mag. Als opvoeders dan duidelijk boos zijn en er veel aandacht aan besteden, is precies gelukt wat Pieter wilde: aandacht krijgen. En zo versterkt dit gedrag zichzelf. Ik ben er niet voor dat gedrag dat duidelijk grenzen over gaat, te negeren. Want het moet absoluut helder zijn voor Pieter dat hij dergelijke dingen niet mag doen. De vraag is alleen hoe je voorkomt dat het zoveel aandacht krijgt dat hij het nog een keertje doet. Daarvoor is die andere kant belangrijk: positieve bevestiging van hemzelf. Complimenten geven voor wat goed gaat en laten merken dat je van hem houdt. Uit de toelichting op deze vraag blijkt dat de ouders hiervoor heel goed hun best doen. De kinderen staan bovenaan het prioriteitenlijstje; de ouders kijken regelmatig naar opvoedprogramma's en lezen boeken over opvoeding. Ze geven complimentjes en proberen te bevestigen waar ze kunnen. Ze proberen de liefdestaal te communiceren die hun kind het beste oppakt.

Dat laatste is overigens een belangrijk punt in het opvoeden. Laat je jouw liefde op de goede manier merken ? Een kind dat niet van knuffelen houdt, maak je niet blij met een innige omhelzing. Maar misschien wel door hem mee te laten helpen en hem een stukje verantwoordelijkheid te geven. Dan gaat hij groeien en merkt dat papa en mama hem wel heel belangrijk vinden.

Soms proberen ouders te goed op te voeden. Daarmee bedoel ik dat ze te dicht bovenop hun kind zitten en teveel voor hem invullen. Het is goed om te bedenken dat een kind ruimte nodig heeft om zichzelf te ontwikkelen. Een boompje dat je geplant hebt, moet je niet blijven vasthouden. Je kunt er een stok bij zetten, maar verder moet je hem op een zeker moment laten groeien. Laat een kind de ruimte om dingen te ervaren. Er zijn ook heel wat dingen die hij zelf kan ervaren zonder dat ouders er met hun verboden bij staan. Bijvoorbeeld dat hij nog niet in een boom kan klimmen. Of dat de hoge glijbaan toch wel griezelig is. Het geeft niets dat hij daar niet vanaf durft. Het is juist heel goed dat hij precies doet waarvan hij aanvoelt dat het nog veilig is!

Tenslotte: geef bepaalde voorrechten aan het jongste kind. Laat hem bij jou op schoot mogen zitten zodat hij de plaatjes het beste kan zien of geef juist hem een hand tijdens het wanden als er maar eentje over is. Bekijk waarmee je hem het meest plezier doet.

Tips:

  • Maak het 'later' niet te aanlokkelijk. Want dan wordt het 'nog niet' eerder een probleem.
  • Waardeer het kind op zijn eigen niveau, zodat het eigenwaarde kan ontwikkelen
  • Geef een kind ruimte om zelf ervaringen opdoen
  • Zit niet teveel bovenop een kind
  • Laat merken dat je van hem houdt
  • Geef voorrechten aan de jongste

> Alle opvoedvragen