Hoogbegaafdheid

Wij hebben het vermoeden dat onze zoon, net 3 jaar, hoogbegaafd is. Via het consultatiebureau is hij onlangs getest door een orthopedagoog die constateerde dat hij in vergelijking met andere kinderen emotioneel en verstandelijk zijn leeftijdgenoten ver vooruit is. Het consultatiebureau raadt ons de peuterspeelzaal aan. Wij houden hem liever thuis tot hij naar school gaat. Is dit verstandig?

Ieder kind is uniek en apart. Zoals dit kind is geen ander. Toch zijn sommige kinderen bijzonder omdat ze ver afwijken van het gemiddelde. In dit geval lijkt de zoon meer intellectuele capaciteiten te hebben dan de andere kinderen.

Het is te begrijpen dat dit vragen oproept. Wat is verstandig als het gaat om het aanbieden van allerlei leerstof? Een kind met een meer dan gemiddelde intelligentie is vaak leergierig en vraagt het naadje van de kous. Hij denkt dieper na en verwerft gemakkelijk allerlei informatie, waardoor hij steeds verder voor gaat lopen op leeftijdgenootjes. Voordat hij op school leesonderwijs krijgt, leert een slim kind zichzelf thuis spelenderwijs lezen. Die buitengewone aanleg kan ouders voor moeilijke keuzes stellen, zeker als het normale schoolpatroon niet zou passen.

Het lijkt me goed als ouders zo nuchter en ontspannen mogelijk omgaan met bijzondere gaven van hun kind. Daarmee bedoel ik dat ze hun kind niet moeten beschouwen als een uitzonderlijk geval. In de eerste plaats is hun kind gewoon een kind. Een kind dat net als alle kinderen door God geschapen is met eigen gaven en talenten. Heeft hij een uitstekend verstand? Prima, dat kan zo zijn. Een ander kind heeft weer andere talenten al vallen ze misschien niet zo op.

Een ontspannen houding is belangrijk. In de eerste plaats voor de ouders zelf omdat ze anders afstand scheppen naar anderen. Het is voor andere ouders niet plezierig als ze als het ware horen: kijk, onze zoon is heel goed; beter dan andere kinderen. Dat voelt voor andere ouders niet lekker. Het wordt dan ook niet in dank afgenomen als ouders zelf de aandacht vestigen op de hoogbegaafdheid van hun kind. In dit geval kan ik me dat ook wel voorstellen. De ouders geven aan dat ze kort na de geboorte al het vermoeden hadden van hoogbegaafdheid. Dat is wel erg vroeg!

Hoe kun je er dan wel over praten met anderen? Buitengewone begaafdheid hoeft natuurlijk niet helemaal onder tafel geschoven te worden. Maar bescheidenheid lijkt me wel op zijn plaats. Een houding van: kijk eens hoe goed mijn kind het doet, werkt al snel aanstootgevend. Start liever vanuit de grondhouding dat elk kind een eigen plaatsje heeft op de wereld. Vanuit dit oogpunt zou ik zelf niet zo snel het etiket hoogbegaafd gebruiken. Liever spreek ik over een kind dat gewoon slimmer is dan de anderen.

Die ontspannen houding is ook belangrijk voor het kind zelf. Als hij met een speciaal aura omgeven wordt, gaat hij zichzelf als bijzonder geval zien. En daarmee plaatst hij zichzelf bijna per definitie buiten de groep. Dat is uiteraard erg ongewenst, want elk kind heeft sociale contacten nodig. Een kind hoeft niet veel vrienden te hebben, maar hij moet op school wel kunnen spelen met andere kinderen om zichzelf gewaardeerd te weten. Ook moet hij leren functioneren te midden van anderen.

Op tijd van duur merkt een kind dat hij met kop en schouders boven anderen uitsteekt. Ouders mogen hun kind prijzen voor zijn prestaties. Maar ze moeten er ook op wijzen dat hun kind er niet op voor moet staan. Een ander kan er niets aan doen dat hij niet zo goed kan leren, maar diegene moet net als iedereen zijn best doen. "Dan kan een 8 voor jou dus net zo goed zijn als een 6 voor een ander. Je mag er God voor danken dat jij goede hersenen hebt gekregen, maar je mag niet denken dat je daarom beter bent dan die ander. Je hebt het toch ook maar gekregen?!"

Geef regelmatig uitleg. "Jij kunt dit inderdaad al lang. Maar er zijn kinderen die dit nog niet begrijpen. Dat is helemaal niet erg. Er zijn ook dingen die jij nog niet kunt en anderen wel." Noem dan iets als bijvoorbeeld fietsen op de driewieler, zelf opruimen, zelf aankleden, delen van speelgoed etc.

Ik weet vanuit mijn eigen omgeving dat het belangrijk is om zo normaal mogelijk om te gaan met meer dan normale begaafdheid. Het is belangrijk dat een kind intellectueel voldoende stof voor zijn kiezen krijgt. Maar stimuleer hem ook op andere terreinen. Laat hem bijvoorbeeld meehelpen in de keuken met koekjes bakken, laat hem een sport doen of geef muziekles. Er zijn meerdere terreinen waarop een kind zich kan ontwikkelen!

Er zijn al gesprekken geweest met de toekomstige leerkracht. Inderdaad is de school het juiste adres om een plan van aanpak te maken: bijvoorbeeld extra lesstof aanbieden of een klas overslaan. Uiteraard weegt mee hoe het kind zich emotionele en sociaal ontwikkelt. Meestal loopt dit niet gelijk op met de intellectuele ontwikkeling. Of er gekozen wordt voor versnellen of voor verbreden, hangt van het individuele kind.

En dan tenslotte de vraag over het al dan niet wenselijk zijn van een peuterspeelzaal. In deze beslissing weegt mee of er thuis een gevarieerd aanbod van speelprikkels is. Een peuterspeelzaal verbreedt de smalle leefwereld van thuis en schept de mogelijkheid om samen te leren spelen. Dit kan een goede aanloop zijn voor de schoolperiode. Dit kan ook geregeld worden in de vorm van onderlinge speelafspraken in de vorm van peuterspeelochtenden. Een prima initiatief! Tot ongeveer 2,5 jaar spelen kinderen vooral naast elkaar, daarna begint het werkelijke samenspelen zoals het om beurten iets doen en spelen in fantasiewerelden. Het is goed dat een kind van drie jaar daar positieve ervaringen mee opdoet. Juist leeftijdgenootjes kunnen een bron van plezier zijn.

De ouders geven aan dat hun kind het niet echt leuk vindt om met leeftijdgenootjes om te gaan en dat hij graag aanrommelt bij mama thuis. Vanuit dat oogpunt bezien is het misschien verstandig om toch gebruik te maken van een peuterspeelzaal. Het kan de sociale ontwikkeling bevorderen. En daarvoor moet bij bijzonder intelligente kinderen misschien nog wel meer aandacht voor zijn dan bij andere kinderen.

Tips:

  • Beschouw elk kind als uniek en bijzonder
  • Ga zo normaal mogelijk om met buitengewone gaven
  • Realiseer dat andere ouders gevoelig zijn voor vergelijking
  • Bespreek met deskundigen over de beste aanpak
  • Stimuleer creatieve activiteiten

> Alle opvoedvragen