Ruime fantasie of liegen?

Vraag: Mijn dochtertje (4) heeft een ruime fantasie en regelmatig zegt ze iets dat niet waar is.
Dat vinden wij niet erg als het om haar spel gaat. Maar lastiger is het dat ze soms liegt om onder straf uit te komen. Ze geeft dan haar jongere broertje (2) de schuld van wat zij zelf heeft gedaan. Wij vinden het heel lastig om uit te maken wie bijvoorbeeld iets stuk gemaakt heeft als zij beiden in de kamer waren.

Misschien is de uitspraak wel bekend dat jonge kinderen niet kunnen liegen. Daar is gemakkelijk wat tegenin te brengen. Het is soms toch overduidelijk dat een kind liegt. Neem Ralph (4). Hoewel moeder het uitdrukkelijk verboden had om alvast te snoepen voordat ze gebeden hadden, kon hij de verleiding niet weerstaan en nam een hapje van de satésaus. Verschillende mensen aan tafel waren getuigen. Ontkennen had geen zin. Maar Ralph bleef bij hoog en bij laag beweren dat hij het niet gedaan had.

Is dit liegen?

Nee, het is geen liegen. Want om te kunnen liegen moet je verschil kunnen maken tussen twee zelven: het zelf dat jij echt bent en het zelf dat de ander ziet. Je moet kunnen onderscheiden tussen je innerlijke zelf (dat ben je echt) en je uiterlijke zelf (hoe je overkomt op anderen). Het onderscheiden tussen die twee zelven is een verstandelijke krachttoer. Pas rond het achtste levensjaar is een kind daartoe in staat. Hij moet onderscheid kunnen maken tussen zijn eigen perspectief en het perspectief van de ander. Je moet kunnen bedenken wat een ander bedenkt. Een kind van 4 jaar kan dat nog niet.

Wat doet zo'n kind wel? Hij denkt helemaal vanuit zijn eigen perspectief en kan nog moeilijk verleidingen weerstaan. Als Ralph op zin bord kijkt, ziet hij de anderen niet. Daarom bedenkt hij ook niet dat de anderen zien dat hij snoept. Wat hij wel weet is dat die saté erg lekker is. En neemt hij 'stiekem' een hapje.

Hij schrikt als hij merkt dat anderen het gezien hebben. Zijn eerste reactie is ontkennen of verbloemen. Dit doet hij om geen schuld te hoeven dragen. Hij beweert bij hoog en bij laag dat hij het niet gedaan heeft. Hem confronteren met overduidelijk bewijs dat hij het wel heeft gedaan, heeft geen enkele zin. Hij kan niet anders dan op het spoor van ontkennen zitten. En hij gaat er zelf in geloven dat er niets aan de hand is.

Wat Ralph doet noemen we geen liegen, omdat iemand die liegt afweegt - en dat kan bliksemsnel gebeuren - of het zin heeft om te liegen. Als duidelijk is dat iemand het gezien heeft, dan kun je beter bekennen. Zijn er geen getuigen, dan kan hij misschien nog onder de straf uitkomen. Liegen is onderscheid maken tussen je innerlijke zelf en je uiterlijke zelf. Liegen doe je om er zelf beter van te worden. En daarvan is bij Ralph geen sprake. Het enige wat hij doet is onbeholpen ontkennen om geen schuld te hoeven dragen. Zo zijn er ook kinderen die anderen de schuld geven: een zusje of zelfs de hond hoewel die gewoon op zijn kleed lag.

Wat moet je met een kind dat 'liegt'? Moet je het dan maar zo laten omdat je het hem niet aan kunt rekenen dat hij de waarheid niet spreekt. Ik zou een jong kind niet te fors aanpakken op wat hij zegt. Dus zeker niet: "Je liegt en je zult dat bekennen ook!" Maar meer iets als: "Ralph, je nam een hapje en dat mag niet voor we gebeden hebben. Weet je waarom? De Heere wil dat wij Hem eerst bedanken voor het eten dat voor ons staat. Dat wil jij toch ook wel hè. Zul je de volgende keer wachten? Afgesproken! "

Wat je doet op deze manier is duidelijk maken dat hij fout zat en dat dit niet meer mag gebeuren. Tegelijkertijd vertel je waaróm je die grens stelt.

Helaas is niet altijd duidelijk wat er gebeurd is, want je hebt niet altijd betrouwbare getuigen. Als een jong kind de ander de schuld geeft, dan kun je altijd niet achterhalen wat de waarheid is. Wat dan te doen? Je kunt benoemen dat je niet weet wie de vaas kapot gemaakt heeft - en wat doet dat er trouwens toe, je vaas wordt er toch niet heel van - maar dat je het wel heel erg vervelend vindt. "Die mooie vaas wordt nu nooit meer heel, zien jullie dat?" Je spreekt met beide kinderen af dat ze niet meer aan elkaar lopen trekken en duwen of dat ze niet meer met de bal gooien. Dus ook hier weer: duidelijk maken welke grenzen je stelt en waaróm je dat doet. Met dat laatste geef je naast de norm ook de waarde door.

'Liegen' roept emoties op. Zoals de vraagsteller schrijft: "ik word vaak nog bozer om het feit dat zij liegt dan om het feit dat zij iets kapot heeft gemaakt". Inderdaad verbinden wij liegen aan achterbaks gedrag, aan het niet uit durven komen voor wat je gedaan hebt, aan een draaier, aan onbetrouwbaarheid. We willen niet dat ons kind zo wordt. Vandaar dat alarm van boosheid.

Zoals ik heb hierboven heb toegelicht, is dit niet aan de orde als je te maken hebt met jonge kinderen. Dat neemt niet weg dat ouders in het omgaan met kinderen kunnen benadrukken dat het belangrijk is om eerlijk te vertellen dat er iets niet goed is gegaan. Een kind dat eerlijk is, moet om die eerlijkheid ook beloond worden. Neem hem even apart, dat praat beter. "Ik vind het fijn dat je me vertelt dat jij die koek van mij hebt opgegeten. Ik vind dat we elkaar moeten kunnen vertrouwen in huis. Vervelend nu dat dit is gebeurd. Hoe denk je het weer goed te kunnen maken? " Een kind dat zichzelf dan niet spaart - en dat doen ze op zo'n moment vaak niet - kun je tegemoet komen door of de straf kwijt te schelden of te verlichten. Tenslotte gaat het erom dat een kind inziet dat hij fout zat. En vooral dit: dat hij eerlijk is.

Tips:

  • Bedenk dat echt liegen nog niet aan de orde is bij een kleuter
  • Spreek een jong kind niet teveel aan als verantwoordelijke persoon
  • Stel duidelijke grenzen over wat wel en niet mag
  • Geef algemene waarden door
  • Beloon eerlijkheid, ook als een kind daarmee schuld erkent

> Alle opvoedvragen