Met plezier aan tafel

We willen onze kinderen graag netjes opvoeden. Er zit een ideaal in ons hoofd. Neem een maaltijd. We willen het liefst dat ieder zijn bestek gebruikt en het washandje overbodig raakt. Het moet een plezier zijn om aan tafel te zitten. Echt voor de ontmoeting en de ontspanning. Uiteraard praat niemand voor zijn beurt. We reageren op elkaar en luisteren geïnteresseerd naar de ander. Iedereen blijft netjes op zijn stoel zitten. Bereidwillig biedt een van de kinderen aan om af te ruimen en het toetje te pakken. Tot zover het ideaal. Nu de praktijk.

Aan het einde van de middag zijn wij vaak moe van het werk. Even op je gemak bijkomen onder het eten is er niet altijd bij. Het blijkt dat kinderen makkelijk de ontstane ruimte inpikken. Wat we nog aan energie over hebben, gaat op aan het bijsturen van de kinderen. Een kleine jongen probeert zijn verhaal erdoor te drukken. De ene puber maakt een opmerking; de andere zit direct bovenop de kast. Weg is de rust. En wij maar van alles verzinnen om het omgaan met elkaar te verbeteren. Van straf tot beloning. Regelmatig evalueren we onder de afwas. We willen graag gezellige maaltijden. Zouden we dit ooit zonder al te veel energie voor elkaar krijgen?

Op een woensdagmiddag ben ik naar de kinderevangelisatie geweest. Als we 's avonds eten, vertel ik van mijn wedervaren met Koen. Koen is een leergierige jongen van tien jaar. Deze middag vraag ik hem hoe het gaat met zijn bijbel die hij ijverig op de club bij elkaar heeft gespaard. De Bijbelse taal blijkt moeilijk en hij mist een basis om iets van de bijbel te begrijpen. Ik vraag hem op te zoeken waar het verhaal van die middag staat. Het lukt hem. We lezen het gedeelte en moeilijkere woorden krijgen uitleg. Dan vraag ik hem: "Stel dat je iets wilt lezen over de Heere Jezus, waar moet je dan zoeken?". Hij denkt dat de inhoudsopgave hem zal helpen. Zijn vinger gaat al langs de Bijbelboeken als ik hem vertel dat er geen Bijbelboek is dat naar Jezus genoemd is. "Wat denk je, zou het in het OT of in het NT staan?" "Ik denk in het OT, in het tweede boek ofzo." "Weet je, de wereld bestond al een hele tijd toen de Heere Jezus werd geboren."

Dan vraagt hij hoe oud God was, toen Jezus werd geboren. Je merkt dat hij redeneert vanuit menselijke verhoudingen. God is anders; Hij is God. God was er altijd al; Hij heeft geen leeftijd. Hij zal er ook altijd zijn. "Zoiets als oneindig?" "Ja, in de bijbel noem je dat eeuwig. Dat kom je vast tegen als je zelf in de bijbel leest." Vragen blijven bovenborrelen. "Is Jezus dan een soort reservegod?" Wat gaat er in zijn hoofd om? Het begint me te dagen. Hij weet dat je de Heere God (de Vader) hebt en dat ook de Heere Jezus God is. Eerst was Jezus er nog niet. " Dus is Hij zeker reserve voor het geval er iets met de Heere God gebeurt. Als Hij dood gaat ofzo". Ik vertel dat Jezus er ook altijd al was en dat er toch maar één God is. Gelukkig kan ik iets met een voorbeeld uit een preek: de stam is boom; de takken zijn boom en de wortels zijn ook boom. Toch zijn de takken geen wortels. Maar ze zijn wel allemaal boom. Zowel Jezus als de Vader zijn God. Een God Die overal is, ook al zie je Hem niet. "Is Hij hier nu ook dan?" "Ja, maar we zien Hem niet. Kijk maar naar buiten. De wind is er echt, maar je ziet hem zelf niet. Alleen de takken bewegen". De beelden verklaren voor hem genoeg. Voor dit moment in ieder geval.

Als ik tijdens de avondmaaltijd vertel over Koen, zijn onze kinderen één en al oor. Ze zijn verbaasd dat hij zulke 'gekke' vragen stelt. En ze schieten in de lach bij 'reservegod'. Je realiseert je dat we onze kinderen al heel jong een heleboel meegeven. Een basis die Koen mist.

Als we later de afwas doen, merkt mijn man op dat het vandaag geen enkele moeite kostte om de rust aan tafel te bewaren. Zouden we de sleutel gevonden hebben? Van verhalen vertellen. Zo ging het in oude culturen. Misschien moeten we meer zelf actief de ruimte onder de maaltijd invullen. Als je zelf vertelt, luisteren de kinderen.


> Alle columns