Please, mag hij blijven?

Ik ben op zolder aan het werk achter de computer als ik een roffel kindervoeten de trap op hoor komen. Dit dagdeel heb ik me afgezonderd om werk te doen waarbij ik niet gestoord wil worden. Wat ze me nu willen vertellen kan kennelijk geen uitstel lijden. Ik hoor nog net een dringend advies: "Kloppen!", maar de voorste doet de kamerdeur al open. Met een stralende glimlach wordt mij 'Sprietje' voorgesteld. In stille spanning wachten twee dochters en hun vriendinnen van ook twaalf en dertien jaar, mijn reactie af. Ze weten verdraaid goed dat van deze kennismaking het oordeel afhangt. Het enige wat telt is ervoor te zorgen dat ik niet afwijzend ben.

Sprietje doet zijn naam geen eer aan. Ik sta oog in oog met een reusachtige knuffel. Mijn reactie: " O, nee hè!". "Niet nog een!" "Mama, deze kostte maar vijftig cent". Op de 5 mei-markt in de buurt. Sprietje is een heel aardige knuffelbeer met vrolijke kleurtjes. De dames hebben duidelijk hun hart aan hem verloren. Hoe kan ik boos worden? "Hij is vies - zo'n knuffel wil je toch niet", probeer ik. " Dan wassen we hem wel". "Zo'n enorme knuffel past nooit in de wasmachine". De meiden zien het probleem niet. Sprietje kan toch in bad? Dat is nog leuk ook! Vooruit dan maar. De meute roffelt de trap af weer af; dol enthousiast dat Sprietje mag blijven.

Sprietje staat niet los van een andere kanjer die de week ervoor ons huis binnenkwam. Mijn echtgenoot was met een dochter naar de vrijmarkt in de stad. Daar had zij hem gezien en gevraagd: "Die mag ik zeker niet hebben, hè?" Vaders blijken verrassend ruimhartig te kunnen zijn en zo kwamen ze even later thuis met een enorme knuffel. Hij grijnsde en zij keek schuldbewust. "Vind je het echt niet erg, mam? Hij kostte maar één euro!". Eigenlijk wel, maar als je zoveel waar voor je geld krijgt... "Van papa mocht het, mag ik hem houden?" Als ouders kun je maar beter op dezelfde lijn gaan zitten. Daarbij kwam nog dat ik slecht kon weigeren toen ik de innemende snoet zag. Van de knuffel bedoel ik.

Iedereen in ons huis weet dat ik een probleem heb met een overvloed aan knuffels. Het zijn stofnesten en ik heb weinig zin om ze steeds buiten het raam uit te kloppen. De afspraak is intussen dat ze het zelf doen. Alleen denk ik er vaak niet aan om ze hieraan te herinneren. Dus is het toch stoffig. Om de knuffelgroei in te dammen, is er een regel ingesteld. Uiteraard door mij, want niemand anders heeft er belang bij. Voor elke knuffel die je erbij koopt, gaat er ook eentje weg. Deze regel werkt behoorlijk. Maar dat ze nu elke afzonderlijk met een bakbeest aan komen zetten ...

Van huis uit was ik totaal onbekend met het fenomeen rommelmarkten op Koninginnedag. In het landelijke gehucht waar ik opgegroeid ben, was het enige vertier op 30 april dat van de school vijf kilometer verderop. Eenmaal in de stad beland ging er een nieuwe wereld open. Straten vol met voor het oog allemaal afgedankte spullen. Maar met dingen die een ander niet meer nodig heeft, kun je soms prachtig je voordeel doen. De sport is om leuke en bruikbare dingen te ontdekken Ook dit jaar weer ben ik in mijn nopjes met verschillende aankopen. Laat mij maar gelukkig zijn met de krenten uit de pap. Zo moet het ook voelen als je een beer op de kop tikt die nieuw absoluut onbetaalbaar voor je is. Heb ik wel goede argumenten om ze dit plezier te misgunnen? Dat valt tegen. Goedbeschouwd mogen we blij zijn dat ze hun hart verliezen aan een onschuldige ogende beer. Voor bijna geen geld.

Een uur later hangt er een bakbeest te druipen aan de lijn. Eenmaal droog krijgt hij een ereplaats in bed. Want daar is het allemaal om begonnen: lekker tegen je knuffel aanliggen lezen. Ondertussen hoop ik stiekem wel dat de liefde zal bekoelen en de beren op een volgende vrijmarkt weer van eigenaar wisselen.


> Alle columns