Jij doet zoiets natuurlijk niet

Spontaan loopt Roos naar voren. De opdracht in het rollenspel is een hangjongere te laten stoppen met vernielzuchtig gedrag. Zogezegd heeft acteur Raymond net een spiegel van een auto afgetrapt. De trainer van de workshop heeft gewaarschuwd voor de eerst valkuil: geërgerd op hangjongeren afstappen en meteen zeggen wat ze fout doen. Zulk optreden geeft meestal een keiharde confrontatie. Beter is eerst contact maken, met daarna een beroep op zoiets als fatsoen.

Roos doet haar mond open voor de openingszin die ongeveer zo zou moeten luiden: "Hoi, ik ben Roos. Ben je misschien kwaad? Volgens mij ben jij normaal helemaal niet zo". Maar voordat het eruit komt, valt ze uit haar rol. Nog te vers in haar geheugen ligt de avond waarop plotseling een baksteen door haar ruit kwam. Zomaar, zonder een enkele aanleiding. Het nieuwste geintje van autochtone jongeren die op straat hun vertier zoeken? Roos wordt emotioneel. "Ik ga toch niet vriendelijk doen naar een knul die zich als een crimineel gedraagt!!! Ik wil maar één ding zeggen: "Houd op. Je dupeert mensen, het is ontzettend gemeen!".

In de zaal ontstaat een golf van begrip. Afschuwelijk dat zoiets eerzame burgers overkomt. We kunnen vandalisme toch niet tolereren! Maar de trainer laat zien dat een frontale afkeuring averechts werkt. Straatjongeren hebben niets te verliezen. Ze ontkennen of halen hun schouders op. "Waar bemoei je je mee? Die auto is toch zeker niet van jou!" Gewone burgers hebben geen machtsmiddelen. Wil je iets bereiken, begin dan niet met minachting of afwijzing. Want het moet op zijn minst een klein beetje aantrekkelijk zijn voor jongeren om hun gedrag bij te stellen. Dat bereik je hopelijk met een beginnende relatie. Ook ik kom aan de beurt om te oefenen met Raymond. Als snel sta ik met een mond vol tanden. Een ontspannen babbel maken met een afwerende knul is echt lastig. Gelukkig krijgen we die avond een boek vol tips mee naar huis. De basisgedachte daarin spreekt me aan. Zorg dat je niet tegenover jongeren komt te staan, maar laat hen meedenken. Veroordeel niet, maar spreek vertrouwen uit. Dat kan ik in de praktijk gebruiken.

Kort daarna moet ik helpen overblijven op school. Grote zus komt bij me met een probleem. Twee meisjes mochten spelen met het speelgoedmobieltje van haar zusje. Zij wil het nu terughebben, maar ze krijgt het niet. Of kleine zus het al aan de meisjes gevraagd heeft? Dat wel, maar ze ontkennen allebei hem te hebben. Ik vraag het na. Om strijd vertellen ze dat de ander hem heeft. Wat nu? Ik verdenk een van beiden dat ze hem achterhoudt. Een dergelijke verdenking uitspreken is behoorlijk beschuldigend. Ineens denk ik weer aan de workshop. We moeten er een gezamenlijk probleem van maken. Dan kun je samen richting een oplossing werken. "Weet je, het is natuurlijk heel vervelend om een leuk speelding kwijt te zijn. Het was aardig van haar dat jullie er ook mee mochten spelen. Ja hè." Overtuigd geknik. "We moeten er samen voor zorgen dat we hem weer vinden. Willen jullie mij laten zien dat jullie hem niet hebben?" Spontaan voelen ze in hun zakken. En ja hoor, daar zit hij toch! "Geweldig, wat fijn dat we hem weer gevonden hebben!" Blij huppelen ze bij me vandaan.

Nu de hangjongeren nog...


> Alle columns