Free hug

Wij strijken neer op een lage brede trap die het hoogteverschil op een groot plein opvangt. Er is van alles te zien: een schitterend paleis; mensen die met muziek maken geld verdienen; een jong hondje dat losloopt en een plas doet; een gestage stroom toeristen.

Wij gaan zitten naast twee mensen met een kartonnen bordje voor zich. ‘Free hugs’, zo luidt de tekst. Oftewel: ‘Gratis omhelzing’. Het duurt niet lang of er stopt een voorbijganger. ‘Free hug?’ vraagt hij. De man achter het bordje knikt, staat op, daalt de paar treden af, breidt zijn armen wijd uit en sluit de hem vervolgens vriendelijk in de armen. Er volgen wat klopjes en wrijfjes. Een korte groet en de voorbijganger vervolgt zijn weg weer.

Een gratis knuffel. Een fijne omhelzing, zomaar voor niets. Mooi toch dat zoiets kan in onze koude wereld waarin individuen erg langs elkaar heen leven? Zo denk ik er op dat moment bepaald niet over. Ik zit me grenzeloos te verbazen. Waarom valt iemand in de armen van een wildvreemde? In zo’n omhelzing kom je erg dichtbij, voel je elkaars lijf, voel je elkaars warmte, ruik je elkaars geur. Mij niet gezien bij een onbekende.

Mijn volgende verbazing is dat de kinderen het grappig blijken te vinden. Al snel begrijp ik dat mijn reserves wat betreft ‘free hugs’ ouderwets zijn. ‘Mam, als je allebei een omhelzing wilt, waarom dan niet? ‘Je hoeft elkaar echt niet te kennen, al zijn meestal wel vrienden. Dat scheelt dan weer wat. Want het is bepaald geen prettige gedachte: een meisje in de armen van zomaar een vent. Wat is er leuk aan een ‘free hug’? , wil ik weten. Even contact, even aardigheid van iemand. ‘Mam, zoek er niet zoveel achter. Het is gewoon leuk.’

‘Free hugs’ begon in 2004 in Australië bij ene Mann. In die tijd zit hij in de problemen en voelt zich depressief en eenzaam. Tot hij ineens zomaar een omhelzing van een toevallig iemand krijgt. Dat maakt een enorm verschil! Hij vindt dit voor herhaling vatbaar en hangt een bordje met ‘free hug’ om zijn nek. Na een kwartier komt een oude dame voorbij die hem omhelst en weer dat geweldige gevoel. Mann blijft zo rondlopen tot de politie het na een paar maanden verbiedt. Gelukkig voor hem heeft hij intussen veel medestanders, zodat de petitie om dit verbod ongedaan te maken door 10.000 personen wordt ondertekend. Vanaf die tijd krijgen de free hugs ruim baan.

En toch heb ik het niet zo op al dat gehug. Natuurlijk is vriendelijkheid, openheid en hartelijkheid prachtig in deze kille wereld. En het kan ook best allemaal zonder bijbedoelingen zijn. Maar ondertussen kom je wel erg dicht bij een ander en voel je wel elkaars lichaam. En ik hoef niet te vertellen dat dit seksuele gevoelens kan oproepen. Gewoon omdat we man of vrouw zijn. En aantrekkingskracht ervaren. Of juist niet, maar dan val je sowieso niet in elkaars armen.

Er speelt nog iets. Is huggen een nieuwe norm, dan geeft dat groepsdruk . Hierdoor wordt het lastiger om eigen lichaamsgrenzen af te bakenen. De overtuiging dat je lichaam van jezelf is en dat jij bepaalt wie wel of niet aanraakt, komt onder druk te staan. Met name bij meisjes kan dat onzekerheid geven. Je wilt eigenlijk geen hug, maar kun je weigeren?

Hiertegenover staat dat schroom heel gezond is. Regelmatig loop ik door het park met onze hond. Soms zie ik daar een jongen met een meisje op een bankje. Ze hebben geen verkering, maar wel bijna. Ze zijn zich beiden 100% bewust van de 10 cm ruimte tussen zijn hand en haar dij. De spanning is van hun lichaamstaal af te lezen. Hij mag niet over haar beschikken. Zij wil (nog) niet intiem met hem zijn. Die handbreedte laat respect zien voor haar eigenheid. Intimiteit komt later. Echt intiem zijn is jezelf open stellen en de ánder ontmoeten en niet alleen een lijf. De ander in de ogen zien, de ander leren kennen. Je hart openen, je armen openen. De ander ontvangen. Jezelf geborgen voelen. Kan dat als je met jan en alleman hugt? Of met een wildvreemde? Intussen weet ik het zeker: geef mij maar eenkennigheid.


> Alle columns