Wens of verwijt

Het is stil in de kamer. Vroeg stil. Doorgaans zijn er op doordeweekse avonden wel tieners in de kamer. Maar vanavond zijn de meiden niet thuis en onze zoon is onverwacht vroeger dan normaal naar bed. Vandaar dat het ineens zomaar heel rustig is beneden. Omdat al het nodige is gebeurd, neem wat leesvoer en plof neer. Rust.

Maar al snel komen gevoelens van ongenoegen naar boven. Zomaar uit het niets. Wat zit ik hier eigenlijk te lezen? Daar heb ik niet eens per se zin in. Waarom niet gezellig bijpraten met mijn echtgenoot? Nu hebben we dus zomaar gelegenheid om te praten en het is niet eens laat. Zie hier onze kans!

Ik kijk eens de andere kant van de kamer. Daar werkt mijn man. Hij doet dat plichtsgetrouw. Met overgave, zonder zich bezig te houden met andere dingen. Zoals een man dat kan: helemaal met gefocust op n ding.

Ik probeer weer te lezen. Maar in mijn hoofd beginnen zich allerlei verwijten op te stapelen. Woorden als nooit en altijd dringen zich op. En heel veel waaroms, zonder dat echte vragen zijn.

Ik weet best wat de antwoorden zijn en ik kan het ook wel relativeren, maar het spijt me zo. Van dit moment dat zomaar wegtikt totdat het bedtijd is. Het stelt me gewoon teleur dat ik kennelijk iets anders verwacht dan hij dit latere avonduur. En erger nog: hij heeft niets in de gaten. En wat doe ik? Ik houd mijn mond. Terwijl ik me steeds minder tevreden voel. Ook deze keer niet terecht, zoals later blijkt.

Er schieten dingen door mijn hoofd van de lezing die ik kort daarvoor heb voorbereid. Waarin het gaat over ouders als team. Want om samen op te voeden, hebben ouders elkaar hard nodig. De inleiding gaat over het elkaar samen sterker maken in plaats van elkaar afvallen en verzwakken. Over elkaar als ouders echt terzijde te staan en het belang van op de hoogte van elkaars gedachten. Dat je niet alleen ouders van je kinderen bent, maar ook geliefden van elkaar. En dat je vooral niet moet communiceren in de vorm van verwijten, maar beter je wensen kunt uitspreken. Dus niet zeggen wat je allemaal mist en hoe vervelend dat is, maar vertellen wat je wl wilt.

Daar zit ik dan, op de bank. Ik merk aan de lijve hoe moeilijk het is om de stilte te verbreken. Gek genoeg is het een hele stap om te zeggen wat ik het liefst zou willen. Verwijten daarentegen komen veel gemakkelijker boven borrelen dan wensen. Maar ik weet heel goed het resultaat van verwijten is: dat je dan beiden de hakken in het zand zet en jezelf gaat verdedigen. Omdat ik dat niet wil, houd ik maar liever mijn mond houd.

Terwijl ik daar medelijden zit te hebben met mezelf en me ongelukkiger ga voelen, verman ik mezelf. Als ik voor een zaal mensen vertel dat je dingen niet moet opkroppen, zal ik het dan zelf niet in praktijk brengen? En trouwens, wat heb ik te verliezen? Ik weet heel goed dat onze relatie dit prima aankan.

Ik probeer: Ben je druk? Nou, er is nog heel veel te doen, dat wel. Maar het hoeft niet perse allemaal vanavond. Ik kom met mijn wens. Van dat samen op de bank en zo. Hij weet niet van de tientallen keren van aarzeling. Hij blijkt direct zijn werk opzij te kunnen leggen. En hoewel het geen sprookje is, eindigt de avond goed. Met boeken dicht.

Achteraf denk je dan: hoe dom kun je toch zijn met dat zwijgen? Waarom is het zo moeilijk om de drempel te nemen? Zelfs als je weet dat je maar beter wl kunt zeggen waaraan je behoefte hebt. Ik weet het wel: het draait allemaal om veiligheid en angst voor afwijzing. Toch kun je verwachtingen en wensen maar beter uitspreken. Anders komen vroeg of laat de verwijten en is het begrip voor elkaar ver te zoeken. Natuurlijk kan het best zijn dat de ander niet aan je wensen tegemoet kan komen. Of niet op dat moment. Maar dan heeft hij in ieder geval de gelegenheid om het uit te leggen.


> Alle columns