Machogedrag

Annet viert een feestje met haar klasgenootjes en buurkinderen. Het is een hele club. Ook de jongens bij wie zij eerder is uitgenodigd, zijn van de partij. Op het programma stonden leuke knutseldingen Maar het gaat niet zoals gepland. Die jongens blijken zich heel anders te gedragen dan meisjes. Veel wilder en drukker. Niks rustig plakken en knippen. Wat nu? Gelukkig is vader er ook en die zet gauw een speurtocht uit in het bos. Ook daar blijkt er verschil. De meisjes blijven in de buurt van de moeder en de jongens rennen steeds een eind vooruit.

Hoe komen deze verschillen toch? Het was voor mij onduidelijk tot ik pas iets las over het hormoon testosteron. Dat hormoon maakt het hele verschil uit. In de zwangerschap al: wordt het een jongen of een meisje. Tijdens het opgroeien speelt testosteron een rol in het gedrag. Niet op elk moment evenveel, want de hormoonspiegel vertoont pieken. Tot en met de peutertijd is het niveau vrij laag. Jongens en meisjes gedragen zich niet wezenlijk verschillend. Plotseling komt er rond het vierde jaar twee keer zoveel testosteron vrij. Jongens gaan ineens veel meer voelen voor wilde spelletjes, voor actie en avontuur. In het vijfde jaar neemt de hoeveelheid testosteron weer af, maar de voorkeur voor actie en stoeien blijft. Tussen elf en dertien jaar neemt het niveau van testosteron weer sterk toe.

Testosteron veroorzaakt bazig en energiek gedrag. Dit is onderzocht. Uiteraard niet met mensen, maar apen waren de klos. In een groep mannetjesapen heerst een duidelijke hiërarchie. De mannetjes weten wie de baas is, de onderbaas en de onder-onderbaas. De regelmatige gevechten onderstrepen de pikorde. Op een dag namen onderzoekers een mannetje van een lage rangorde en spoten hem in met testosteron en zetten hem terug in de groep. Deze aap ging gelijk de strijd aan met de aap boven hem en hij won! Binnen twintig minuten had hij zich helemaal bovenin de groepshiërarchie gewerkt. En dat allemaal dankzij testosteron. Helaas voor deze aap was de spuit na verloop van tijd uitgewerkt en belandde hij weer onderaan de ladder.

Testosteron beïnvloedt de hersenen en maakt dat jongens (en mannen!) zich drukker maken over de onderlinge rangorde. Uiteraard zijn er tussen jongens onderling verschillen, maar het gaat me nu om de grote lijn.

Testosteron levert energie en stimuleert de dadendrang. Jongens wedijveren met elkaar. Testosteron zorgt voor de drang om stoer gedrag te vertonen: machogedrag. Ze vinden dit bij echte kerels horen. Dat willen ze zelf graag worden: een echte man. Die is de baas, die is sterk en heeft alles. Het liefst een kanjer van een auto.

Natuurlijk is dit een vertekend en eenzijdig beeld. Om dit bij te stellen zijn vooral de vaders belangrijk. Een vader moet laten zien dat mannelijkheid niet hetzelfde is als een macho zijn. Van vader moet hij kunnen afkijken dat man-zijn ook inhoudt dat je aardig bent voor een ander. Dat je zorgzaam bent. Dat je respect hebt voor een ander. Dat je meehelpt opruimen in de keuken. Dat je kunt liefhebben, juist omdat je man bent. Een zoon moet van zijn vader leren dat hij ook verdrietig kan zijn als er iemand erg ziek is. Dat hij ook bang kan zijn als er gevaar is. Jongens spiegelen zich aan hun vader. Ze kijken van hen af wat man-zijn inhoudt. Een afwezige vader stelt het machobeeld niet bij dat jongens van mannen hebben.

Informatie over testosteron helpt me om jongensgedrag beter te plaatsen. Op vierjarige leeftijd ging onze zoon veel meer bravoure vertonen. "Typisch", dacht ik, "De meiden hadden dat helemaal niet". "Logisch" denk ik nu. Over een paar jaar komt de volgende stoot. Ik maak mijn borst nat. En reserveer mijn echtgenoot alvast.


> Alle columns