Blozen

Ineens hangt daar dat krantenknipsel op ons prikbord getiteld ‘ Nooit meer blozen’. Het korte berichtje stipt aan dat blozen positieve kanten heeft, maar ook negatieve. Blozen stelt wetenschappers voor vragen. Wat zorgt ervoor dat mensen blozen? Zijn er typische situaties waarin men veel bloost? Waar is blozen goed voor? Dit alles is recent onderzocht en het resultaat is te vinden in een proefschrift. Over dit proefschrift gaat het berichtje verder niet. Wel over reclame van een coach die je van blozen afhelpt.

Het hangt er niet zomaar, dat bericht. ‘Nooit meer blozen’ heeft nieuwswaarde. Iemand in ons gezin wil mij als de auteur van ‘Blozen mag’ iets meedelen. Het boek gaat onder meer over de schroom die er bij seksuele opvoeding komt kijken. Van mij mogen ouders gerust blozen als er iets intiems besproken wordt. Het is niet erg om wat onhandig te stuntelen. Belangrijker is dat wij durven praten met onze kinderen over seksualiteit.

Het intrigeert me, dit bericht op het prikbord. Elke keer als mijn oog erop valt, neem ik me voor om naar de betreffende website te gaan. Hoe zit dat toch met blozen? Ikzelf bloos ook gemakkelijk. Dat lijkt trouwens in de genen te zitten, want bij verschillende vrouwelijke familieleden verschijnt er gemakkelijk een blos.

Het is nog steeds een voornemen gebleven als ik vertrek naar een bijscholingscursus. Deze cursusdag zal gaan over angst. De docent begint met ronddelen een A-4tje. ‘Ja’, zegt hij, ‘angst kan zich overal op vastzetten. Ooit gehoord van bloosangst?’ Het bestaan echt: mensen die zo bang zijn om te blozen dat ze niet meer onder mensen durven komen. Bloosangst groeit dan uit tot een sociale fobie.

Het A4-tje gaat over het promotieonderzoek van mijn prikbordknipsel. De promovendus heeft ontdekt dat blozen voordelen heeft. Zo krijg je van een blozend persoon sneller een betrouwbare en eerlijke indruk. Blozen ontwapent. Stel dat iemand een fout moet bekennen of een blunder maakt. Als hij daarbij een rood hoofd krijgt, blijken anderen hem aardiger te vinden dan wanneer hij niet verblikt of verbloost.

Toch heeft blozen ook minder positieve kanten. Het is gewoon geen pretje als het rood je snel naar de kaken vliegt. Daarnaast kan blozen geheimen verraden. Bijvoorbeeld als iemand nog niet wilt vertellen dat zij zwanger is en het gesprek gaat over kinderen krijgen. Een ander negatief effect van kleuren is dat men vaker denkt dat blozende mensen sociaal minder vaardig zijn. Blozen kan zelfs funest zijn voor je carrière, aldus het onderzoek.

Thuisgekomen van de cursus ga ik nog even rondneuzen op internet. Ik realiseer me dat blozen voor mensen echt een probleem kán zijn. Blozen op zichzelf is niet erg, maar wel het ontwikkelen van angst daarvoor. Een van de remedies om bloosangst te overwinnen is het accepteren van het feit dat je gemakkelijk bloost. Dat kun je eventueel zelf aankaarten, getuige de opmerking die een vrouw op een site achterlaat: ‘Als regelmatige blozer maak ik daar indien nodig direct een opmerking over, bijvoorbeeld: ‘Zoals je weet bloos ik graag.’ Voor mij werkt dat prima en ik heb dan ook geen negatieve gevoelens bij blozen.’

Bloosangst kan een psychisch probleem zijn, maar er lijkt ook een biologische kant aan het verhaal te zitten. Je gelooft het of niet, maar geboren blozers kunnen baat hebben bij een operatie. Tijdens de ingreep wordt een zenuw verkleind die zorgt voor zweten onder de oksels en de warmteafvoer via het gezicht. Het verkleinen van deze overactieve zenuw vermindert het buitensporig warm worden. De ingreep is niet zonder risico, maar mensen staan ervoor in de rij.

Uit al dat bloosonderzoek komt naar voren dat sommige mensen gemakkelijker blozen dan anderen. En spittend in de remedies tegen bloosangst kom ik vaak tegen dat je vooral niet bang moet zijn om rood te worden. Blozen mag gerust. Je kunt zelf beter niet al teveel aandacht aan dat blozen besteden. Het krantenbericht is intussen van het prikbord verdwenen.


> Alle columns