Jongens en hun spel

Ik zal het meteen maar eerlijk zeggen: ik ben meer van de meisjesmanier. Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe meer me opvalt dat jongens zo verschillen van meisjes. Zo voor het oog zijn jongens ruwer, actiever en sloperiger. Neem nu het spelen met lego. Onze zoon is met een vriendje bezig aan een bunker. Regelmatig gaat hij erop staan. Ik heb zoiets van: ‘nou zeg, moet dat nou helemaal?’. Maar trots showt hij dat de bunker reuzensterk is, want hij houdt het! De jongens bouwen er huizen en winkels bij en laten er mensen rondlopen. Hun spel verloopt weer heel acceptabel. Lekker rustig, zonder al te veel activiteit. Precies zoals je dat als moeder wenst.

Het vervolg hoor ik later, want ik moet even weg. Ze vragen zich af wat ervan overblijft na een bombardement. Een zware bommenregen geeft een chaos en laat alles uiteenspatten. Alleen de bunker trotseert alle aanvallen en blijft onbewogen staan. Het is maar goed dat ik weg ben, anders had ik er vast een stokje voor gestoken. Wat een gekkenwerk. Je gaat toch niet je eigen mooie bouwwerk bestoken en vernielen?

Tsja, daar moet je dus een jongen voor zijn. Want spelen is ontdekken hoe dingen werken. Ongemerkt heeft de oorlog tussen Gaza en Israël impact. Is het echt zo dat een vierkante betonnen bunker veiligheid biedt tegen geweld uit de lucht? Hun spel is niet bedoeld om te slopen, hoewel ik dat eerst denk. Nee, het gaat om het beproeven van constructies. Dát is wat ze weten willen: hoe stevig is het? Is het bombestendig? Helaas zijn er net als in Gaza niet alleen voltreffers. Ze komen het me naderhand zelf bekennen: er was er eentje mis en nu zit er dus voorgoed een deuk in de houten vloer.

Jongens spelen anders dan meisjes. Meestal dan. Jongens zijn mij al gauw te wild. Niet vanwege die deuk, maar sowieso. Neem nu dat gestoei onderling. Het liefst wil ik dat ze normaal doen. Normaal op de vrouwenmanier dan. Ik begrijp gewoon niet waar dat geduw en getrek voor nodig is. Waarschijnlijk moet je een man zijn om het te snappen. Inderdaad, de enige meester op school voelt het precies aan. Hij vindt het gezond voor jongens om elkaars krachten te meten en de onderlinge rangorde te bepalen. De jufs zijn het niet erg met hem eens. Die willen dat de jongens van elkaar afblijven. Maar wat zegt de meester: nee, het moet juist! Wel binnen duidelijke grenzen, want het mag niet onder de les en ook niet als de ander niet wil.

Een andere docent in het voortgezet onderwijs - een man - laat in een lange middagsessie soms een rondje om het hardst rond de school rennen. Even een uitlaatklep voor de energie en de stress. En het werkt. De jongens zijn er daarna weer helemaal bij. Mannen onderling snappen dat beter.

Goedbeschouwd is het lastig dat jongens zoveel vrouwen tegenkomen: eerst hun moeder, dan allemaal juffrouwen. Vrouwen die hen steeds maar afremmen en die hen niet lekker hun gang laten gaan. Die hen belemmeren in het verkennen van hun krachten en in hoe dingen in elkaar zitten.

Hún sterke kant is het koesteren en het praten. En voorlezen natuurlijk: op zijn best spannende en stoere verhalen van ridder Tiuri en de koningen van Narnia. Die vrouwenmanier is prima, de mannenmanier ook. Jongens hebben beiden nodig: mannen en vrouwen. Dus ook meesters in het basisonderwijs. En vaders die rollebollen over de vloer. Mannen doen gemiddeld genomen dingen net anders. Ze experimenteren met wat er kan, lokken een kind meer uit de tent en laten het nieuwe dingen ervaren. Vaders gooien een baby in de lucht. Ik vind dat maar eng en denk: moet dat nu echt? Ik kan het niet helpen, ik ben van de vrouwenmanier. Maar ik moet erkennen: die vaders vangen hun kleine altijd weer op.


> Alle columns